Media


Aandacht voor de huisvesting van woonwagenbewoners in de nieuwe Omgevingsvisie 2013 van de  Provincie Overijssel.

De provincie Overijssel heeft zich in de afgelopen 40 jaar actief ingezet voor een actief woonbeleid voor woonwagenbewoners in Overijsselse  gemeenten. In het onderzoek van RadarUitvoering: “Monitor Woonwagenbeleid  Provincie Overijssel 1995-2011″ wordt een beeld geschetst wat dit provinciaal beleid heeft opgeleverd voor de huisvesting van woonwagenbewoners in Overijssel. In Overijssel hebben tussen 1978 en 2012 de meeste gemeenten  voor een deel van de bewoners van de regionale woonwagencentra woonwagen-locaties aangelegd of gerenoveerd. De nieuwe generaties van jonge woonwagengezinnen hebben minder geluk. Slechts in een  beperkt aantal gemeenten wordt hen de mogelijkheid geboden om ook op een woonwagenlocatie wonen. Veel gezinnen zijn na een tijdelijk verblijf in een caravan of aanbouw bij de woonwagen van de ouders na de komst van het eerste kind doorgestroomd naar een huur- woning. Toch blijft veel ” spijtoptanten” het wonen op een woonwagenlocatie trekken en proberen zij ook na vele jaren weer een standplaats te krijgen. Dat is meestal niet eenvoudig omdat de toewijzing van woonwagens  meestal plaats vindt via een punten-  systeem wat woningbouwcorporaties gebruiken bij de verdeling van woonruimte. Niet iedereen vertrekt echter naar een woning, maar gaat o.a. boventallig inwonen bij ouders of grootouders of bijwonen in een caravan. Dit heeft tot gevolg dat woonwagen-locaties lang-  zamerhand weer “vollopen”, waardoor de leefbaarheid op de woon-  wagenlocaties in het gedrang komt. De rijksoverheid heeft na de gebeurtenissen  bij de Vinkenslag in Maastricht in 2004 een traject ingezet, waarbij ook in Overijssel woonwagenlocaties die als vrijplaatsen waren aangewezen door gemeenten, worden gescreend en aangepakt door gezamenlijke acties van justitie, belastingdienst, energiebedrijf en bouw en woningtoezicht van een gemeente. Dat daarmee misstanden worden aangepakt en gecorrigeerd worden is niks mis mee. Ook de bewoners van woon-  wagenlocaties die op geen enkele manier betrokken zijn bij illegale activiteiten zijn  gebaat bij een normale woonsituatie. Dat begrip wordt minder, als het handhavingsbeleid niet gekoppeld is aan een huisvestingsbeleid waar ook voor de starters onder de woonwagenjongeren, zowel thuiswonende als  ” spijtoptanten” in woningen, nieuwe woonlocaties worden gerealiseerd. Aan de bouwkwaliteit hoeft het niet meer te liggen. Zowel in staalbouw of houtskeletbouw zijn hoogwaardige duurzame woonwagens te bouwen voor zowel het huur-als koop-  segment, de Nationale Hypotheek Garantie maakt sinds de ophoging van de normen in 2010 deze bouw ook financiel mogelijk en er zijn in toenemende mate woonwagenbewoners in staat om zelf de woon-  wagenbouw te financieren.

Omgevingsvisie Overijssel  2013

Het is tegen deze achtergrond een goede zaak, dat de Provincie Overijssel geheel in lijn met haar historische betrokkenheid bij de leefsituatie van woonwagenbewoners in de actualisatie van de Omgevingsvisie 2012-2030 een lans breekt voor de huisvesting van woonwagenbewoners. Zij stelt voor om ook in  de komende jaren in de prestatieafspraken met gemeenten te monitoren of er voldoende aandacht is voor doelgroepen als : ouderen, jeugd (waaronder jongeren die uitstromen uit de residentiële jeugdzorg), starters, statushouders, dak- en thuislozen en woonwagenbewoners;

Om als  jongere meer kans te maken om op een woonwagenlocatie te wonen kunnen jongeren als groep gebruik maken van de subsidieregeling voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap van de provincie Overijssel om hun woonwens in beeld te brengen bij gemeenten en woningcorporaties. Op dit moment maken een tweetal bewonersgroepen in Zwolle en Hengelo gebruik van de CPO subsidieregel. Zij zijn inmiddels in een vergevorderd stadium, waarbij de woningcorporaties SWZ (Zwolle) en Welbions (Hengelo) in de loop van maart april 2013 samen met de  gemeente een besluit zullen nemen of zij de bouwplannen met zowel koop- als huurwagens zullen honoreren.

Monitor woonwagenbewoners Overijssel 1995 – 2011

In opdracht van de provincie Overijssel heeft Bram van Duinen, adviseur bij Radaruitvoering een monitor van de huisvestingssituatie van woonwagen-  bewoners in de provincie Overijssel gemaakt. In de monitor wordt aan de hand van feitelijke gegevens, beleidsnotities en fotomateriaal de ontwikkeling van de huisvesting van woonwagen-  bewoners in Overijssel in de periode 1995 – 2011 in beeld gebracht. Het valt buiten de opdracht van deze monitor in hoeverre de opheffing van de regionale woonwagencentra, het aanleggen van kleine centra en de kwaliteitsverbetering van de woonwagens in Overijssel heeft bijgedragen aan verbetering van de maatschappelijke positie van woonwagenbewoners op terreinen als onderwijs en werkgelegen-  heid.

Werkwijze

Voor het opstellen van deze monitor zijn bij beleidsmedewerkers van 23 gemeenten en de 21 woningbouwcorporaties benodigde cijfers en beleidsuitgangspunten verzameld. Tevens is gebruik gemaakt van archiefmateriaal en databases van Stichting Woonwagenwerk Overijssel, Steunpunt Minderheden Overijssel en Variya en uiteraard Provincie Overijssel.
In deze monitor wordt aandacht besteed aan de veranderende posities van provincie, gemeenten en corporaties voor en na de opheffing van de Woonwagenwet in 1999 en de daaruit voort-  vloeiende consequenties voor de huisvesting van woonwagen-  bewoners. Ook worden aanbevelingen geformuleerd m.b.t. de aanpak van het huisvestingsbeleid van woonwagenbewoners voor de korte en lange termijn en de mogelijke rol, die de Provincie Overijssel daarin zou kunnen spelen.

In onderstaande grafiek is het resultaat te zien van te zien van 15 jaar volkshuisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners in Overijssel.  In 1995 telde Overijssel 539 definitieve en 96 tijdelijke standplaatsen, waarvan er 96 onbewoond waren. 

 

 

radar