Media


Honderd Jaar Woonwagenbeleid in Nederland

Waar zijn de documenten te vinden van de rijksoverheid over woonwagenbewoners en Roma en Sinti?

Alle officiele documenten, zoals verslagen en wetsvoorstellen, van de Tweede Kamer en regering over woonwagenbewoners zijn terug te vinden op twee websites. De stukken van het tijdvak 1814 – 1995 zijn te vinden op de website: www.statengeneraaldigitaal.nl. Als je in het zoekvak bijvoorbeeld de term woonwagen intypt krijg je 2644 hits. De documenten na 1995 zijn terug te vinden op de website www.zoek.officielebekendmakingen.nl

Honderd Jaar Woonwagenbeleid in Nederland

“Het Nederlandse woonwagenbeleid kent weinig tot geen consis-  tentie.Soms lag het accent vooral op repressie, dan weer op invest-  eringen in onderwijs, arbeidsmarktpositie en opbouwwerk. Hoe verschillend de aanpak ook was, één aspect blijft steeds hetzelfde:  overleg met de betrokkenen is er niet. Honderd jaar beleid leidde dan ook niet tot een positieverbetering of tot een betere verhouding met de maatschappij.”

Deze analyse is niet van een kritische sociaal wetenschapper, maar van het ministerie van VROM (in 2005). Het is zelfs de vraag of de overheidsinmenging – ondanks alle goede bedoelingen – de integratie van woonwagenbewoners niet vooral heeft tegengewerkt.

De strijd tegen onmaatschappelijkheid (1918 – midden jaren 60)

 Tot 1918 is het beleid vastgelegd in gemeentelijke verordeningen. Vaak hebben die als voornaamste doel de woonwagens zo snel mogelijk weer buiten de gemeentegrenzen te krijgen. De handwerks-lieden en dagloners die van stad naar stad trekken worden op z’n best met rust gelaten, op z’n slechtst opgejaagd en weggepest. Als in 1918 de eerste Woonwagenwet van kracht wordt, zijn daar tientallen jaren van discussie aan vooraf gegaan. De wet legt de eisen vast waaraan de woonwagen en de bewoners ervan moeten voldoen. De wagen moet voorzien zijn van een kenteken en een (zichtbare) woonvergunning van de Commissaris der Koningin. Deze vergunning kan worden geweigerd als de wagen niet aan de kwaliteitseisen  voldoet of het gezin onvoldoende inkomen heeft, en kan worden geweigerd of ingetrokken als één van de bewoners is veroor-  deeld wegens een misdrijf of overtreding, of als het de kinderen onmogelijk wordt gemaakt naar school te gaan. De nieuwe wet maakt een eind aan de vrijheid om de wagen overal neer te zetten, maar ook aan het opjagen en wegpesten.

Apart zetten, helpen en verheffen (jaren 60 en 70)

Tot het eind van de jaren vijftig worden woonwagenbewoners over het algemeen ‘met rust gelaten’. Dan komt er langzaam maar zeker meer aandacht voor hun maatschappelijke positie en gaat het beleid zich richten op resocialisatie en het wegwerken van achterstanden. In 1957 staat een kleine wijziging van de Woonwagenwet gemeenten toe om samen een regionaal woonwagenterrein in te richten: een voorbode van de latere grotere regionale kampen. De Woonwagen-  wet van 1968 wil het welzijn van de woonwagenbevolking bevorderen en hen als aparte groep met eigen voorzieningen helpen en verhef-  fen. Daartoe komen er zo’n 50 grote regionale kampen met maximaal 70 plaatsen, een beperkt aantal trekkersplaatsen en eigen voorzien-ingen. Standplaatsen buiten de regionale kampen zijn verboden. Wie naar een ander kamp wil, moet eerst informeren of daar wel plaats is.

 

 

 

radar