Media


21 december 2018.

Minister Ollongren: Beleidskader gaat over mensenrechten woonwagenbewoners en staat los van bestrijding van criminaliteit. 

Op 18 december heeft minister Ollongren een brief gestuurd aan  aan alle colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten in Nederland en in afschrift naar de Tweede Kamer , waarin zij een uitvoerige toelichting geeft over het Beleidskader gemeentelijk standplaatsen dat op 12 juli 2018 is verschenen. Na de publicatie van het beleidskader heeft de minister van verschillende gemeenten vragen gekregen over de status en reikwijdte hiervan. Nadat zich enkele voorvallen en acties hebben voor- gedaan, is de aandacht voor het beleidskader toegenomen en daarmee ook het aantal vragen, die zij in deze brief beantwoordt.

Aanleiding voor het maken van een Beleidskader.

De  Uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, oordelen en advies van het College voor de Rechten van de Mens, de erkenning van de woonwagencultuur als immaterieel cultureel erfgoed en uiteraard ook het rapport van de Nationale ombudsman hebben geleid tot nieuwe inzichten. Het woonwagen en standplaatsenbeleid en met name het uitsterfbeleid zoals dat tot dan toe werd gevoerd, op rijksniveau en vaak ook op lokaal niveau, houdt onvoldoende rekening  met het mensenrechtelijk kader.

Wat is de bedoeling van het nieuwe beleidskader?

In het  nieuwe beleidskader staat duidelijk de mensenrechten van woonwagenbewoners beschreven,  Het is de bedoeling dat gemeenten nog eens zorgvuldig onderzoeken of zij hun volkshuisvestingsbeleid wel voldoende rekening houdt met de mensenrechtspositie van woonwagenbewoners. Gemeenten die een vorm van  uitsterfbeleid toepassen zullen hun beleid moeten aanpassen. Een gemeente moet voortaan in hun beleid uitdrukkelijk  rekening houden met de woonbehoefte en de  woonvorm van woonwagenbewoners.

Wat is niet de bedoeling van het beleidskader!

Een aantal gemeenten hebben ook vragen gesteld over de relatie van het Beleidskader en de bestrijding van ondermijnende activiteiten en criminaliteit. De minister benadrukt dat het Beleidskader niet in gaat op de mogelijke inzet en bevoegdheden van gemeenten op andere beleidsterreinen dan het huisvestingsbeleid van  woonwagenbewoners. Maar het beleidskader staat dat ook niet in de weg. Ook laat het beleidskader zich niet uit op de plek waar woonwagenlocaties moeten komen of hoe groot een woonwagenlocatie moet zijn. Dat mogen gemeenten zelf bepalen. Het beleidskader geeft woonwagenbewoners ook niet het recht om zonder meer standplaatsen in te nemen en zonder toestemming en de benodigde plekken toe te eigenen. De minister betreurt het dat in sommige gemeenten, woonwagenbewoners en gemeenten naar aanleiding van  acties van woonwagenbewoners tegenover elkaar zijn komen te staan. Zij stelt dat acties, vooral waar demonstranten gemeentelijke grond claimen,  niet helpt om in goed overleg tussen woonwagenbewoners en gemeenten  tot een oplossing te komen.

Wat kan je in de praktijk verwachten nu het Beleidskader er ligt?

Minister Ollongren stelt vast dat, dat een gemeente behoorlijk wat tijd nodig heeft om wijzigingen door te voeren in het volkshuisvestingsbeleid, dat op een zorgvuldige manier ook rekening houdt met   de afstemming van woonbehoefte van woonwagenbewoners. Dat kan in sommige gemeenten betekenen dat de gemeenteraad een bestemmingsplan moet aanpassen of geld beschikbaar moet stellen voor de aanleg van een woonwagen-locatie. In het beleidskader is afgesproken, dat niet alleen de gemeente, maar net als voor de opheffing van de Woonwagenwet in 1999 ook de provincies weer worden ingeschakeld om samen met en tussen de gemeenten bestuurlijke afspraken te maken. De minister waarschuwt woonwagenbewoners voor te hoge verwachtingen over de snelheid, waarop nieuwe standplaatsen kunnen worden aangelegd. Een gemeente kan b.v. op korte termijn geen grond beschikbaar hebben. Net als bij het ontwikkelen van woningen, slokken de voorbereiding en zorgvuldige procedures nogal wat tijd op, waardoor (tijdelijke)tekorten kunnen ontstaan waardoor gewacht moet worden totdat een geschikte standplaats beschikbaar komt. Daar staat tegenover dat gemeenten standplaatsen die niet gebruikt worden opnieuw via een toewijzingsbeleid kunnen verhuren.De minister kan gezien de grote verscheidenheid in de lokale situaties niet aangeven wat redelijke termijn en zijn.

Gesprekken gemeenten en woonwagenbewoners

De minister benadrukt dat voor het slagen van het nieuwe beleid het belangrijk is dat gemeenten, woonwagenbewoners en woningcorporaties op een opbouwende manier met elkaar overleggen. Zo'n aanpassing van beleid vraagt nu eenmaal de nodige tijd en dan is het van belang dat je elkaar kan vertrouwen. Dat in sommige gemeenten gemeenten en woonwagenbewoners door de acties van woonwagenbewoners tegenover elkaar zijn komen te staan helpt niet echt. Gesprekken met gemeenten. Op 24 oktober 2018 hebben vertegenwoordigers van het ministerie gesproken met vertegenwoordigers van 20 gemeenten. Deze gemeenten gaven aan dat zij met het beleidskader aan de slag gaan en wezen erop dat de uitwerking van het beleidskader in het algemeen op lokaal/regionaal niveau tijd vergt en afstemming vraagt tussen onder andere woningcorporaties, politie, brandweer, buurtbewoners en de woonwagenbewoners zelf. De gemeenten vroegen verder aandacht voor (ondermijnende) criminaliteit die ook plaatsvindt op bepaalde woonwagenlocaties. Ook gaven de gemeenten aan zich ongemakkelijk te voelen bij de acties van woonwagenbewoners en dat zij daarvan veel hinder ondervinden. Gesprekken met vertegenwoordigers van woonwagenbewoners. Op 25 oktober 2018 is door vertegenwoordigers van Binnenlandse Zaken gesproken met vertegenwoordigers van de woonwagenbewoners. Zij gaven aan zelf niet aan deze acties deel te nemen, dan wel hiertoe te hebben opgeroepen, maar ze ook niet te willen veroordelen. Zij wezen op het recht op demonstratie, maar hebben wel herhaald geadviseerd aan hun achterban de demonstraties ordelijk en zonder hinder te laten verlopen. De woonwagenbewoners vroegen wel begrip te hebben voor het ongeduld van de bewoners met het oog op een groot tekort aan standplaatsen en de vele jaren dat zij reeds strijden voor een herziening van het beleid. Zij pleitten ervoor dat gemeenten het gesprek aangaan met de woonwagenbewoners om toe te lichten hoe de gemeente het beleidskader zal invoeren. Gesprekken met Limburgse gemeenten. Op 29 november 2018 heeft een vertegenwoordiger van het ministerie gesproken met ambtenaren van een groot deel van de Limburgse gemeenten. Daar kwamen vooral praktische vragen rond het opstellen en uitvoeren van een nieuw woonwagenbeleid aan de orde. Een vergelijkbaar gesprek met de gemeenten in Twente is voorzien voor begin 2019. (Ondermijnende) criminaliteit De minister gaat in op de stelling van een aantal gemeenten, dat het beleidskader  de aanpak van ondermijnende activiteiten en criminaliteit, die zich voor een deel kan afspelen op woonwagenlocaties, zou kunnen bemoeilijken. Deze klacht van de regioburgemeesters van Limburg, Oost-Brabant en West-Brabant en Zeeland is uitvoerig besproken in het bericht van Woonwagenwijzer op 14 december 2018. Juristen Mensenrechten (NJCM): “Burgemeesters: werk stigmatisering woonwagenbewoners niet in de hand” Zij  benadrukt dat het Beleidskader alleen gaat over de mensenrechten met betrekking tot de huisvesting van woonwagenbewoners. Dit staat dus volledig los van de gemeentelijke aanpak van (ondermijnende) criminaliteit. De aanpak van criminaliteit in algemene zin geldt niet specifiek voor een bepaalde bevolkingsgroep. Minister Ollongren zegt dat zij met minister Grapperhaus van het ministerie van Veiligheid en Justitie samen verantwoordelijkheid zijn voor de bestrijding van ondermijning. Vanuit die verantwoordelijkheid is het van belang, om met te bekijken waar dergelijke risico’s zich concreet voordoen en hoe deze vorm van criminaliteit het best kan worden voorkomen en aangepakt. In het Strategisch Beraad Veiligheid hebben zij, samen met onder andere vertegenwoordigers van gemeenten, het onderwerp besproken. Daarnaast zijn zij bereid met gemeenten die op dit punt problemen ondervinden in gesprek te gaan. Minister Ollongren stelt dat het uiteindelijk het erom gaat daar waar dit speelt een goede balans te vinden tussen beide  doelstellingen: het respecteren van de mensenrechten van woonwagenbewoners en een adequate bestrijding van (ondermijnende) criminaliteit. Ook met de vertegenwoordigers van de woonwagenbewoners is herhaaldelijk over dit onderwerp gesproken. De vertegenwoordigers delen de opvatting dat criminaliteit op woonwagenlocaties dient te worden aangepakt. Zij bepleitten dat het onderzoek specifiek gericht moet zijn op degenen die hierbij betrokken zijn. Opzetten van een Informatie -en expertisepunt woonwagen-en standplaatsenbeleid. Sinds het verschijnen van het beleidskader is er vanuit het ministerie op verschillende wijze ondersteuning geboden aan gemeenten om het beleidskader nader te duiden. Hiervoor hebben onder andere gesprekken in het land plaatsgevonden, als hierboven beschreven. De komende tijd zal mijn ministerie dit voortzetten als daar behoefte aan is. Het is inmiddels gebleken dat er daarnaast tal van uitvoeringsvragen naar voren komen. De minister kondigt aan dat zij de gemeenten graag wil helpen met de beantwoording van deze vragen en onderzoekt de mogelijkheden om een informatie- en expertisepunt op het terrein van woonwagen- en standplaatsenbeleid in te richten. U kunt de Toelichting van het beleidskader hieronder downloaden: Icon of Toelichting Op Het Beleidskader Gemeentelijk Woonwagen-en Standplaatsenbeleid 18 December 2018 Blg-867413 Toelichting Op Het Beleidskader Gemeentelijk Woonwagen-en Standplaatsenbeleid 18 December 2018 Blg-867413     Icon of Brief Toelichting Op Het Beleidskader Gemeentelijk Woonwagen-en Standplaatsenbeleid 18 December 2018 Blg-867413 Brief Toelichting Op Het Beleidskader Gemeentelijk Woonwagen-en Standplaatsenbeleid 18 December 2018 Blg-867413    
woonwagenwijzer7