Media


12 juli 2018

Historische dag voor woonwagenbewoners. Rijksoverheid verbiedt uitsterfbeleid.

Gemeenten mogen niet langer een zogeheten ‘uitsterfbeleid’ (nul-optiebeleid) of afbouwbeleid voeren dat is gericht op vermindering van het aantal woonwagenstandplaatsen. Dat is wat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in het ” Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” . Gemeenten wordt gevraagd de behoefte aan standplaatsen te onderzoeken.

foto’s Marcel Bergema, Bram van Duinen

Aanbieding Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid.

Op donderdag 12 juli 2018 is tijdens een feestelijke bijeenkomst op het ministerie van Binnenlandse Zaken door Secretaris- generaal Maarten Schurink namens minister Ollongren het nieuwe beleidskader aangeboden aan de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen. Naast vertegenwoordigers van gemeenten, VNG, IPO en Aedes, medewerkers van het ministerie van BZK, het College voor de Rechten van de Mens, waren organisaties van woonwagenbewoners, Roma en Sinti en belangenbehartigers die een bijdrage hebben geleverd uitgenodigd. Helaas kon Jelle Klaas, de coördinator en trekker van het dossier uitsterfbeleid bij PILP niet aanwezig. Op de groepsfoto ziet u Sabina Achterbergh van de Vereniging Sinti Roma Woonwagenbewoners Nederland (VSRWN), Paula Bloemers, Annie Mirosch en Doet Kallenkoot van Travellers United Nederland (TUN), Piet van Assendorp en Cees Groenendaal van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur Nederland, Beike Steinbach van Olungodrom, Leonie Huijbers van PILP, adviseur woonwagenbeleid Jan Pieter Janse, adviseur woonwagenbeleid-website woonwagenwijzer en bestuurslid van Het Wiel Bram van Duinen, consulent Roma, Sinti en Travellers Peter Jorna, Vital Moors en Frenk Wiersma van het ministerie van BZK en anderen. Spijtig genoeg konden de twee actievoerders Jan Schneider ook bekend als Klompen Jan en Tom de Booij deze omslag in Rijksbeleid niet meer meemaken.

Een historische dag voor woonwagenbewoners, Roma en Sinti.

Donderdag 12 juli 2018 is net als de opheffing van de Woonwagenwet in maart 1999 met recht een historische dag voor woonwagenbewoners, Roma en Sinti in Nederland. De Rijksoverheid staat niet langer met de rug naar woonwagenbewoners toe, zoals dat sinds 2003 het geval was toen het Rijk zelf het uitsterfbeleid als beleidsoptie voor gemeenten heeft voorgesteld. Niet alleen is het uitsterfbeleid van gemeenten in de ban gedaan, maar ook is er weer hoop voor jongeren en voor woonwagenbewoners die in de afgelopen jaren noodgedwongen in een huis zijn komen te wonen, ook wel spijtoptanten genoemd in ambtelijke taal, dat er ook voor hen weer een toekomst is op een woonwagenlocatie. Gemakkelijk zal het lang niet in alle gemeenten gaan, maar je kan als woonwagenbewoner met dit Beleidskader in de hand bij gemeenten aankloppen bij de gemeenteraad en bij Burgemeester en Wethouders en aandacht vragen voor de behoefte aan standplaatsen. Het is daarmee misschien ook wel een voorbeeld voor landen in Europa, waar de erkenning van de woonwagencultuur ook niet altijd vanzelfsprekend is.

Wat is de nieuwe visie van het Rijk op het woonwagenbeleid.

In de brief  die minister Ollongren op 12 juli 2018 aan de Tweede kamer heeft gestuurd “Aanbieding beleidskader voor gemeentelijk standplaatsenbeleid”  schrijft zij dat de visie die ten grondslag ligt aan dit nieuwe beleidskader heeft als kern inzake huisvesting het beschermen van Roma, Sinti, woonwagenbewoners, waaronder ook circusartiesten en kermisreizigers, tegen discriminatie, het waarborgen van hun (culturele) rechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Het Rijk volgt daarmee in veel gevallen het advies  over een vijftal belangrijke onderwerpen, dat het College voor de Rechten van de Mens op 23 april 2018 aan het ministerie heeft uitgebracht.Concreet betekent dit:

  • De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid;
  • Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners;
  • De behoefte aan standplaatsen moet in kaart worden gebracht;
  • Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren;
  • De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen;
  • Een woningzoekende Roma, Sinti of woonwagenbewoner die dit wenst, moet binnen redelijke termijn kans maken op een standplaats.

Zij schrijft verder dat het voor zich spreekt voor zich spreekt dat het opschrijven van een dergelijke visie niet de huisvestingsproblemen van woonwagenbewoners oplost. Echter zij verwacht wel dat hiermee een aanzet is gegeven om op lokaal niveau, daar waar nodig, het beleid met betrekking tot woonwagens en standplaatsen te herzien en in overeenstemming te brengen met de visie en het mensenrechtelijk kader zoals die in bijgaande beleidskader zijn opgenomen. Ook heeft zij opdracht gegeven om de ontwikkeling van standplaatsen in Nederland te monitoren, zodat duidelijk wordt of gemeenten wel meewerken aan het nieuwe beleid. Het onderzoek is inmiddels in volle gang.


Wat staat er in deze nota woonwagenbeleid.

Het voert te ver om in dit kader alle informatie in deze nota weer te geven. In hoofdstuk 3. Achtergrond woonwagenbewoners en beleid wordt  kort ingegaan op het huisvestingsbeleid van woonwagenbewoners. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4. Mensenrechten en woonwagenbewoners uitvoerig aan de hand van uitspraken en verdragen van verschillende Europese en Nederlandse  rechtsinstanties  uitgelegd welke mensenrechten van toepassing zijn op de situatie van woonwagenbewoners, Roma en Sinti. Behandeld worden: Het recht op huisvesting, Het recht op eerbiediging van prive-,familie- en gezinsleven en Het recht op gelijke behandeling. Vervolgens wordt vastgesteld,  wat deze rechten betekenen voor  het gemeentelijke woonwagenbeleid. Niet alleen voor familiegroepen, maar ook voor individuele besluiten.

De conclusie van dit hoofdstuk luidt : De mensenrechten hebben invloed op de beleidsvrijheid die een gemeente heeft bij het ontwikkelen en uitvoeren van woonwagenbeleid. Samenvattend komt het erop neer dat een gemeente rekening houdt in zijn woonbeleid met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en voorziet in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. Zo mogelijk wordt tegemoet gekomen aan de wens om in familieverband samen te leven. Ook bij individuele beslissingen dient rekening gehouden te worden met de mensenrechten van de woonwagenbewoners.

In hoofdstuk 5.Bouwstenen voor beleid wordt uitgebreid de nieuwe visie op woonwagenbeleid uitgelegd.( zie hierboven). Er wordt ook aandacht besteedt aan  de rolverdeling tussen de overheden het Rijk, de provincie en de gemeente bij de uitvoering en controle van het woonwagenbeleid.

Het Rijk bewaakt de ontwikkeling van het aantal standplaatsen en de nakoming van internationale (mensenrechten-)verdragen. Zij zal blijvend investeren in een goede relatie met vertegenwoordigers van woonwagenbewoners, Roma en Sinti.  Het Rijk houdt ook toezicht op de provincies..

De provincie.De provincies houden toezicht op gemeenten bij bepaalde zaken m.b.t huisvesting van woonwagenbewoners. Bijvoorbeeld bij inventarisatie van de behoefte aan standplaatsen, vaststellen van bestemmingsplannen.

De gemeente is verantwoordelijk voor het lokale woonbeleid, neergelegd in een woonvisie. . Het bouwen en verhuren van woonwagen-standplaatsen wordt gedaan door woningcorporaties. De gemeente is natuurlijk wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het standplaatsenbeleid. 

Verder wordt bij 5.3 Vraag, het inventariseren van de woonbehoefte  ingegaan hoe een gemeente de woonbehoefte van woonwagenbewoners kan inventariseren door b.v. te werken met wachtlijsten, vaststellen van toewijzingscriteria, wel of niet opnieuw gebruik maken van het afstammingsbeginsel en niet onbelangrijk door het betrekken van woonwagenbewoners bij het onderzoek.

Bij het onderdeel 5.4.Aanbod wordt aandacht besteedt hoeveel standplaatsen een gemeente zou moeten aanleggen. Ook dat een gemeente er rekening moet houden, dat families bij elkaar willen wonen. Ook hoe je om kan gaan met huur- of koop standplaatsen .

Bij 5.5 Opnemen in woonvisie en prestatieafspraken wordt voorgesteld dat om de afstemming van vraag en aanbod in goed overleg met woonwagenbewoners vast te leggen in een woonvisie. Het Rijk vindt het wenselijk dat de gemeente in de woonvisie beschrijft welke rol zij zelf wil (blijven) vervullen ten aanzien van het voorzien in huisvesting voor woonwagenbewoners die willen wonen in een woonwagen. Voor woonwagenbewoners die qua inkomen behoren tot de primaire doelgroep van de woningcorporaties ligt de verantwoordelijkheid bij woningcorporaties. Zij moeten voorzien in voldoende huurwoonwagens en -standplaatsen. Voor andere woonwagenbewoners verplicht het mensenrechtelijk kader dat de gemeente aanvullende maatregelen treft om te voorzien in voldoende (koop-)standplaatsen. 

In 5.6 Beheer en exploitatie komt de verdeling van het beheer en exploitatie van standplaatsen tussen gemeente, woningcorporatie of externe bureau’s zoals Nijbodt aan de orde. In alle gevallen zouden bewoners inspraak moeten krijgen over zaken m.b.t. hun woonwagenlocatie en het woonwagenbeleid.Het voorstel is om te bevorderen dat bewoners huurdersorganisaties gaan oprichten.

Bij onderdeel 5.7 Toewijzing van standplaatsen en/of woonwagen .Bij de toewijzing van een standplaats is het gewenst om rekening te houden om in familieverband te kunnen samenleven, waarbij voorrang verleend kan worden: volwassen kinderen (op volgorde van leeftijd) van de zelfde locatie die nog bij hun ouders wonen en eerstegraads familieleden van bewoners van de locatie.

Tenslotte wordt bij 5.8 Communicatie er op gewezen dat het van het grootste belang is om een goede vertrouwensband op te bouwen met woonwagenbewoners, door altijd goed met elkaar te communiceren.


U kunt het de volgende documenten hieronder downloaden:

Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid 12 juli 2018: Icon of Beleidskader-gemeentelijk-woonwagen-en-standplaatsenbeleid 12 Juli 2018 Beleidskader-gemeentelijk-woonwagen-en-standplaatsenbeleid 12 Juli 2018

Aanbiedingsbrief Tweede Kamer Minister Ollongren :Icon of Aanbiedingsbrief-bij-het-rapport-'-beleidskader-voor-gemeentelijk-standplaatsenbeleid'-en-het-'advies-inzake-woonwagen-en-standplaatsenbeleid' (1) Aanbiedingsbrief-bij-het-rapport-'-beleidskader-voor-gemeentelijk-standplaatsenbeleid'-en-het-'advies-inzake-woonwagen-en-standplaatsenbeleid' (1)

Advies College voor de Rechten van de Mens: Icon of CRM Advies-inzake-woonwagen-en-standplaatsenbeleid CRM Advies-inzake-woonwagen-en-standplaatsenbeleid

Als u op de website het Beleidskader wilt lezen, dan kunt u de volgende weblink aanklikken : bit.ly/Beleidskader2018

 

 

 

woonwagenwijzer7